“Was, ganz nach Osterreich, mit solchen Reifen, das geht nicht, Sie sind verruckt! Nach Osterreich fahren, was ist los mit den Hollandern? Und diese, das sind billige Stadsreifen, Sie brauchen doch etwas bekwämere!!”

 

Beteuterd kijk ik de Duitse fietsenmaker aan. Een slechte grap over Duitsers en fietsen schiet door mijn hoofd. Ik houd me in. De man kijkt met afgrijzen naar mijn buitenband, 3 maanden oud pas, net als de rest van mijn fiets trouwens. Blauwe bevlekte overal, groot en lomp lijf, klauwen als mokers, diepe groeven in vingers en gezicht, opgevuld met resten van jarenlange olie- en vetgebruik. Niet iemand om direct tegen te spreken dus. Hij is daarbij zo scheel als wat en kijkt met zijn rechteroog in mijn linkerbroekzak. Daar waar ook mijn creditcard zit overigens bedenk ik me, maar dit terzijde. De man oogt bekwaam en mijn zelf geprutselde bandplakpoging was dat verre van, zo is het ook. “Tun Sie was Sie tun mussen”. Met veel bombarie wordt een ‘Extrem Reifen’ uit de voorraad gepakt en om het wiel gevlochten. Als ik vertel waarom ik naar Oostenrijk fiets verandert de resoluutheid in zijn voorkomen. Hij kijkt me aan en ik zie zijn ogen vochtig worden. “Mein Bruder hat lange Zeit in ein Rehaklinik verbracht, Unfall, alles gebrochen fast tot. Er ist letztes Jahr gestorben. Fantastisch das so etwas organisiert wird.” Hij slikt groot verdriet binnen, draait zijn hoofd weg en maakt zijn karwei af. Ik reken af, krijg een ferme handdruk en een klap op de schouders en vervolg geraakt mijn weg.

 

Een paar dagen later rijd ik een bos uit ergens in Zuid Duitsland. Het glooiende landschap begint net wat monotoon te worden als ik een bocht naar rechts maak en ineens de Alpen ontwaar aan de horizon! Een magisch moment, altijd weer. Zo ineens uit het niets. Ik juich hardop, kijk vervolgens om me heen, niemand in de wijde omtrek te zien. Best raar dat alleen rijden, ben ik totaal niet gewend, zo lang fietsen sowieso al niet. Maar het bevalt wonderwel goed. Eenzaam en alleen? Toch niet, ik ben samen met mijn gedachten en vaak ook zonder gedachten. Rust voor lijf, geest en ziel, dat is wat ik voel. Uitspanning door inspanning. En meer van dat soort wandtegelteksten.

 

Het is vaderdag, niet bepaald mijn favoriet, ondanks dat ik zelf de gaafste pa had die ik kon bedenken. Ik rijd ik op een laantje met bomen. Ineens schiet een geel-zwarte vogel aan me voorbij. De vogel klemt zich in geheel karakteristieke houding tegen een boom, dat moet een specht zijn! Nou moet u weten dat ik een zwak heb voor de specht. Een fraaie tekening van een specht prijkte op de voorkant van het geboorte- en overlijdenskaartje van onze zoon Simon in 2005, vandaar. Die van onze andere zoon Lennard, een jaar eerder geboren en overleden, werd opgesierd door een pinguïn. Religieus ben ik niet, spiritueel een beetje, maar als de specht voorbij vliegt dan hoop ik op tekenen. Liefst tekenen van de natuur. De specht begint druk te hameren. Geweldige vondst van moedertje natuur natuurlijk. Kan naar hartenlust met zijn hoofd rammen zonder daar last van te hebben, hij schijnt wel vertragingen tot 1200 G te kunnen opvangen, dodelijk voor ons gewone stervelingen. Ik pak mijn IPhone, vertraag mijn tred en juist als ik een fotootje wil maken, vliegt hij op en gaat 3 bomen verder zitten en tikken. Dit ritueel herhaalt zich een aantal keer, totdat de specht naar een klein kerkje vliegt en daar gaat zitten. Ik stop de fiets en iets dwingt mij om naar binnen te kijken. Een kruis, een klein altaartje en twee brandende kaarsjes. Ik sta stil. We zijn nu dik tien jaar verder. Het verdriet om het verlies van onze zoons en het opgeven van onze kinderwens na een lang traject is doorleefd, verwerkt, doorwrocht en geabsorbeerd. Moe gestreden hebben wij onze weg geaccepteerd. Dit was het: geen kinderen voor ons. En we hebben onze liefde voor elkaar omarmt en nieuwe levensenergie gevonden. Maar dat betekent niet dat het niet vaak voorbij komt, het is onderdeel van wie ik ben. Ook op een fietstocht naar de Handbikebattle. Soms worstel ik met het verdriet, soms koester ik het en vaker is het er gewoon. Ineens en onverwacht. Zoals nu dus. Een dikke traan rolt over mijn wangen Ik hoor Lennard boven brommen: ”Lekker pa, waar tover ik zo snel 

een pinguïn vandaan hier in Zuid-Duitsland?”. Een glimlach laat mijn traan op de grond vallen als ik mijn weg vervolg.

 

Ook u vervolgt uw weg, die morgen in het teken van de Kaunertalergletscherstrasse staat. Een berg met een hoofdletter B. Ontzagwekkend en voorwaardelijk ligt hij op u te wachten. Hier lig ik, al eeuwen lang en ik heet u welkom. Maar dan wel op mijn manier en met mijn grillen. Alle deelnemers aan de start brengen een verhaal met zich mee. Een verhaal over pijn, verdriet, verlies, rouw, vallen en opstaan maar bovenal wederopstanding. Daar vormt deze dag een bewijs van. Die wedstrijd zelf morgen, daar gaat het natuurlijk helemaal niet om. De zin van dit alles heeft zich allang in uw bestaan genesteld. In de gedachten aan deze dag, in de voorbereiding, in de verbetering van uw fysieke en mentale weerbaarheid, in de saamhorigheid met buddies en teammaten. U heeft grenzen verlegd, waar u niet wist waar ze lagen. En dat doet u morgen weer. Het ging niet vanzelf, en dat zal het morgen ook niet gaan. Maar geloof mij, hittegolf of niet, u komt boven op de top! Want als de Handbikebattle mij iets de afgelopen 5 jaar heeft geleerd, is dat het evenement zelf ongekende krachten in de mens losmaakt. Morgen zijn er alleen maar winnaars.

 

Ik wens u een fraaie en gedenkwaardige dag toe, die toch nog specialer zal zijn dan u zich nu indenkt. 

 

Casper van Koppenhagen