Classificatie

Inleiding

Deze pagina beschrijft de stand van zaken mbt de Handbike Classificatie anno 2017 zoals die geldt voor NHC, EHC en HandbikeBattle.

Classificatie code IPC

Het IPC (International Paralympic Committee) heeft een zogenaamde ‘Classificatie Code’ opgesteld waar de (inter)nationale federaties zich aan moeten houden. Deze code fungeert als een uniforme set regels, met het doel dat alle internationale en nationale sportbonden op dezelfde manier en met dezelfde filosofie de classificatie van hun Para-atleten gaan plannen en uitvoeren. Het IPC heeft in haar nieuwste classificatie code (2015) bepaald dat classificatie gaat over het vaststellen van de:

(1) ‘impairment’ (beperking) en (2) de impact van die ‘impairment’ op de sport-specifieke activiteiten in een bepaalde sport. Bij het handbiken moet je dan denken aan de impact die de ‘impairment’ heeft op het vasthouden van de cranken en de impact op de propulsie: het duwen aan de cranken en het trekken aan de cranken. De ‘impairment’ van armen/handen, romp en connectie romp-been/benen, bepaalt de effectiviteit van die aandrijving: vandaar dat de functie/limitatie van zowel armen/handen, romp en connectie romp met been/benen nauwkeurig in kaart gebracht moet worden dmv een arm-profiel en een romp-profiel van de atleet. Classificatie gaat dus over de mate van de limitatie(s) die de atleet ondervindt bij de uitvoering van de activiteiten in zijn sport, in ons geval handbiken. Of positiever geformuleerd: classificatie gaat over de motorische mogelijkheden van de atleet. Dat staat lós van het type equipment/type handbike dat hij of zij gebruikt.  

Handbike klassen

De volgende handbike klassen worden onderscheiden:

Classe Omschrijving
H1 Arm-profiel: (a) connectie Arm-Romp beperkt en (b) Arm/Hand beperking.
Romp-profiel: (a) complete Romp beperking/geen Romp-functie.
H2 Arm-profiel: (a) connectie Arm-Romp beperkt en/of alleen (b) Arm/Hand beperking.
Romp-profiel: (a) complete Romp beperking/geen romp-functie.
H3.1 Arm-profiel: geen beperking.
Romp-profiel: (a) complete Romp beperking MRC graad 2*.
H3.2 Arm-profiel: geen beperking.
Romp-profiel: (a) Romp beperking MRC graad 3*/connectie Romp-bekken beperking.
H4 Arm-profiel: geen beperking.
Romp-profiel: (a) (bijna) geen Romp beperking MRC graad 4/5* en (bijna) geen connectie Romp-bekken  beperking, (b) connectie Benen-bekken beperking.
H5 Arm-profiel: geen beperking.
Romp-profiel: (a) geen Romp beperking, (b) geen connectie Been/benen-bekken beperking. Minimale handicap: onderbeen amputatie.

* De MRC schaal is een schaal om de (resterende) kracht te meten van een spier of spiergroep. Romp MRC 2 betekent dat er (nagenoeg) geen rompfunctie aanwezig is. Romp MRC 3 betekent dat er beperkte rompfunctie aanwezig is. Romp MRC 4/5 betekent dat de rompfunctie (nagenoeg) intact is. Specifieke MRC testen (Manual Muscle Testen) bepalen de betreffende schaal.

H4 atleten die een ATP bike gebruiken

H4 atleten (atleten met een beperkte connectie tussen benen en romp) die een ATP bike/kniezitter gebruiken werden in het verleden aangemerkt als H5 atleten. Volgens de nieuwe richtlijnen van de IPC kan dat niet meer: deze functionele H4 atleten die een kniezitter gebruiken, blíjven H4 atleten: hun functie verandert immers niet bij gebruik van een ander type handbike. Deze atleten drijven de cranken van de kniezitter aan vanuit een niet-stabiele basis: het bekken. Het resultaat is een (veel) minder efficiënte romp beweging (vaak met een versterkte lordose) en om deze reden een verminderde krachtoverbrenging ten opzichte van H5 functioneel geclassificeerde atleten. Handbiken op deze manier door deze atleten kan op de lange duur leiden tot fysieke klachten/rugproblemen, wanneer geen adequate fixatie oplossingen worden toegepast. Met de beschikbare capasiteit (H4-capaciteit) kan echter, in de ATP, wel méér vermogen geleverd worden.

H5 atleten die een AP bike gebruiken

H5 atleten met een normale connectie van een been of beide benen met het bekken en in staat om de kniezit-positie aan te nemen, kunnen, conform de IPC code, gebruik maken van een AP-bike/recumbent bike/’ligger’. Zij blijven dan evenwel gewoon H5 atleten.

Momenteel mogen H5 atleten geen AP-bike gebruiken volgens de huidige UCI regels. Equipment mag echter geen rol spelen in de bepaling van de Handbike klasse: alléén de impact van de beperking op de sport specifieke activiteiten bepaalt de klasse, niet de keuze voor een bepaald type handbike. De atleet mag dus zelf bepalen welk type handbike hij kiest. Omdat echter de klasse van de H5 atleet een weergave is van zijn motorische mogelijkheden, blijft zijn klasse H5, óók als hij een ligger kiest. Het betekent wel dat deze atleet zijn beschikbare capiciteit niet 100% benut. Hij zou immers zijn romp kunnen inzetten in de aandrijving, wat niet gebeurdt in de AP-bike.

Ook H5 atleten (atleten met normale connectie tussen been/benen en bekken) die gebruik móeten maken van een AP-bike omdat zij om de een of andere reden niet in staat zijn om de kniezit-positie aan te nemen, blíjven H5 atleten. Met een connectie tussen been/benen en bekken zijn zij in staat om een ‘gesloten keten’ te vormen wanneer zij in de AP-bike liggen: zij kunnen zich als het ware ‘schrap zetten’ tegen de voetsteunen. Op deze manier creëren zij hiermee een (groot) voordeel, in de vorm van een grotere power leverantie, ten opzichte van de H4 atleten die níet in staat zijn deze ‘gesloten keten’ te vormen. Deze laatste atleten missen immers, als H4 geclassificeerde atleten, de  connectie tussen benen en bekken.  

Invoering

De IPC classificatie code gaat in op 1 Januari 2017. De internationale bonden, dus ook de UCI als overkoepelende organisatie voor Cycling/Handcycling, krijgt tot 1 Januari 2018 de tijd om zijn classificatie regels in overeenstemming te laten zijn met deze code.

Het EHC (Europees handbike Circuit) heeft reeds eerder besloten (2015) om zijn classificatie in overeenstemming te brengen met de IPC regelgeving/code. In het NHC gebeurt datzelfde om een goede aansluiting te verkrijgen tussen de nationale classificatie en de internationale EHC classificatie: de atleet zit er immers niet op te wachten dat zijn internationale EHC classificatie ánders uitpakt dan de nationale. Logischerwijs geldt dit dus ook voor de Handbike Battle classificatie anno 2017.

De UCI moet zich nog uitspreken over de nieuwe IPC zienswijze en heeft dus nog tot 1 Januari 2018 de tijd zijn classificatie regelgeving in lijn te brengen met de IPC classificatie code voor de Paracycling World Cups, EK en WK.

 

Kees van Breukelen, MSc.

Wheelchairsport Classifier,

Internationaal classifier Handcycling (UCI Paracycling classifier), Wheelchairrugby, Wheelchairbasketball en Powerchair Hockey.